Tanya Riders verhaal

Op 19 September 2007, terwijl Tanya Rider alleen naar haar werk in Seattle reed, gleed ze van de weg af en stortte in een ravijn. Gedurende 8 dagen zat ze ondersteboven vast in het wrak van haar auto. Ernstig uitgedroogd en met verwondingen aan haar been en schouder overleed ze bijna aan nierfalen. Gelukkig werd ze uiteindelijk gevonden door reddingswerkers. Maandenlang herstelde ze in een kliniek, maar gelukkig kon ze met kerst naar huis. Het verhaal van Tanya gaat niet alleen over een vrouw, een ongeluk en een reddingsactie. Het is een verhaal dat gaat over bits - de enen en nullen waaruit al onze telefoongesprekken, bankgegevens en al het andere dat gecommuniceerd of opgeslagen wordt door moderne elektronica bestaan.

Maar hoe werd Tanya uiteindelijk gevonden? Mobiele telefoonbedrijven houden archieven bij van mobieletelefoonlocaties. Wanneer je je mobiele telefoon bij je draagt stuurt deze regelmatig een digitale “ping”, dat zijn een paar bits die een bericht sturen naar de dichtstbijzijnde telefoonmast in de trant van “Hier ben ik!”. Je telefoon blijft “pingen” zolang hij aanstaat. De telefoonmasten sturen deze informatie door naar je mobieleserviceprovider, die deze informatie gebruikt om je te verbinden met de dichtstbijzijnde telefoonmast. Tanya’s serviceprovider, Verizon, had gelukkig nog een aantekening van haar laatste locatie van haar telefoon, zelfs nog toen de telefoon uitviel. Dit is hoe de politie haar gevonden heeft. Maar waarom duurde het dan nog een week om haar te vinden?

Als een vrouw zomaar verdwijnt, kan haar man niet de politie inzetten om zomaar de locatie van haar telefoon te traceren. Ze heeft recht op privacy en er zou weliswaar een goede reden kunnen zijn waarom ze weg ging zonder dit te vertellen tegen haar man. In Tanya’s geval was er activiteit (nullen en enen!) in haar bankgegevens nadat ze was verdwenen. De politie kon haar daarom niet opgeven als ‘vermist’. In feite was er activiteit omdat haar man ook toegang had tot haar bankgegevens. Het was een misverstand van de politie om ervan uit te gaan dat de man geen toegang had tot haar bankgegevens. Pas toen de man werd verdacht van betrokkenheid bij Tanya’s verdwijning, had de politie toegang tot de archieven van de telefoon. Als de politie ervan uitging dat de man onschuldig was, had Tanya misschien nooit gevonden kunnen worden. Zo zie je dat nieuwe technologie de normen van privacy, telecommunicatie en strafrecht ontwikkelt op een bijzondere manier. Deze samenhang van activiteiten kostte Tanya Rider bijna haar leven. Het verhaal is natuurlijk zeer dramatisch, maar inmiddels komen we iedere dag wel onverwachte gevolgen tegen van de manier waarop informatie zich verspreidt. Gevolgen die een paar jaar geleden nog niet mogelijk geweest zouden zijn.

De revolutie van bits, ineens overal

De wereld is intens veranderd. Bijna alles staat opgeslagen op een computer ergens in de wereld. Gerechtelijke dossiers, dagelijkse boodschappen, familiefoto's, nutteloze radioprogramma’s … Computers bevatten veel informatie waarvan die op dit moment nutteloos is, maar waarvan iemand denkt dat het ooit van pas komt. Deze informatie is vereenvoudigd tot nullen en enen -- “bits”. Bits staan opgeslagen op de harde schijven van de computers bij mensen thuis en in datacentra van grote bedrijven en overheidsinstanties. Deze harde schijven hebben zoveel ruimte dat er niet gekozen hoeft te worden welke informatie wel en niet opgeslagen moet worden.

Er is zoveel digitale informatie, misinformatie en rotzooi weggestopt, dat het meeste alleen nog gezien wordt door computers, niet door mensen. Computers worden steeds beter in het halen van betekenis uit deze bits -- patronen vinden die misdaden kunnen oplossen, nuttige suggesties maken en dingen onthullen waarvan we verwachten dat andere mensen het niet weten.

De aftreding van Eliot Spitzer als gouverneur van New York in maart 2008 is ook een verhaal over bits. Ter bestrijding van witwassen, moeten banken transacties van meer dan $10.000 melden bij de federale toezichthouders. Geen van Spitzer’s gemeende betalingen kwamen over deze drempelwaarde, maar de computer van de bank vond een verdacht patroon van kleinere bedragen. De AML-regels (Anti-Money Laundering, Anti-witwas) bestaan voor het bestrijden van terrorisme en georganiseerde misdaad. Maar terwijl de computer kleinere overdrachten monitorde, op zoek naar zulke misdaden, bracht het ook betaling voor bepaalde diensten aan het licht waardoor de gouverneur aftraad.

Zodra iets op een computer staat, kan het in een oogwenk gekopieerd worden en de wereld rondgaan. Een miljoen perfecte kopieën maken duurt niet lang, maar dit zijn niet alleen kopieën van dingen die we willen dat de wereld ziet, maar ook dingen die nooit gekopieerd hadden moeten worden.

De digitale revolutie verandert de wereld net zo veel als de printer ooit deed. Sommige veranderingen hebben wij niet door, waardoor onze aannames over de manier waarop de wereld werkt in duigen vallen.

Wanneer we de digitale revolutie van dichtbij bekijken kan het goedaardig, plezierig of zelfs utopisch lijken: in plaats van een geprinte foto naar je oma versturen via de post zetten we nu foto’s van onze kinderen op een fotoalbumwebsite zoals Flickr. Nu kan niet alleen oma ze zien, maar ook de vrienden van oma. Kan toch geen kwaad? Ze zijn tenslotte schattig en schadeloos. Stel je voor dat een toerist op vakantie een foto neemt waar jij toevallig op de achtergrond op staat. Dit gebeurde bij een restaurant waar niemand wist dat jij daar aan het dineren was. Zodra de toerist de foto upload weet de hele wereld dat jij daar was, en wanneer jij daar was.

Datalekken. Creditcardgegevens horen goed opgeslagen te worden in een data warenhuis, maar soms ontsnappen ze in de handen van identiteitsfraudeurs. Soms geven we informatie weg omdat we er iets voor terugkrijgen: een bedrijf geeft jou gratis wereldwijde belminuten maar alleen als je naar hun advertenties kijkt over de producten waarover ze jou horen praten. Dit zijn nog slechts de dingen die vandaag de dag gebeuren. De revolutie en de sociale ontwrichting veroorzaakt door bits, is pas net begonnen.

We leven nu al in een wereld waar er genoeg geheugen in een digitale camera zit om de grootste bibliotheek van Amerika, de Library of Congress, honderd keer op te slaan. Er worden zoveel e-mails verzonden dat de gehele catalogus van de Library of Congress in 10 minuten verzonden kan worden. Digitale foto’s en geluiden nemen meer geheugen in beslag dan woorden, dus het e-mailen van alle afbeeldingen, films en geluiden van deze bibliotheek duurt ongeveer een jaar, maar dat is op dit moment zo. Er vindt nog steeds een explosieve groei plaats. Elk jaar kunnen we meer informatie opslaan, verplaatsen en bewerken dan het jaar ervoor. Er wordt jaarlijks zoveel schijfruimte geproduceerd dat het gebruikt kan worden om elke een à twee minuten een pagina met informatie over jou en elk ander mens op aarde op te slaan. Een oude opmerkingen kan een politieke kandidaat voor altijd achtervolgen, een snel geschreven brief kan de sleutelontdekking zijn voor een biograaf. Beeld je in wat het betekent als we elk woord dat elk mens zegt in zijn leven opgeschreven zou worden. De technologische barrière hiervoor is allang weg, er is genoeg opslag om het allemaal op te slaan. Zou er een sociale grens moeten zijn om dit te voorkomen?

Soms lijken dingen zowel beter als slechter te werken dan voorheen. Een “openbaar register” is nu wel heel erg publiek: voordat je aangenomen wordt in Venray kan je werkgever zien of je tien jaar geleden gepakt werd omdat je door rood reed in Winschoten. Het oude idee van een 'verzegeld gerechtelijk dossier' is een fantasie in een wereld waar elk stukje informatie wordt gedupliceerd, gecatalogiseerd en eindeloos wordt verplaatst. Met honderden TV en radiozenders en miljoenen websites hebben Nederlanders een breed scala aan nieuwsbronnen, maar ze gaan nog ongemakkelijk om met de verplaatsing van betrouwbare bronnen. In China gebeurt precies het omgekeerde: technologie zorgt daar voor meer controle van de overheid over de informatie die hun burgers ontvangen. Ook zorgt het voor nieuwe instrumenten om het gedrag van burgers te monitoren. Dit boek gaat over hoe de digitale revolutie alles verandert. Het legt de technologie zelf uit, waarom het zoveel verrassingen veroorzaakt en waarom dingen vaak niet werken zoals we dat verwachten. Het gaat ook om dingen die de informatie-explosie vernietigt: oude aannames over onze privacy, over onze identiteit en over wie de controle heeft over ons leven. Het gaat over hoe het zover heeft kunnen komen, wat we verliezen, maar ook wat we nog recht kunnen zetten. De digitale revolutie geeft enerzijds kansen maar anderzijds ook risico's, maar het grootste deel hiervan zal op de een of andere manier geregeld worden binnen een decennium. Overheden, bedrijven en andere autoriteiten maken gebruik van deze chaos, maar vele van ons zien dit niet gebeuren. Toch hebben we allemaal belang bij de uitkomst. Verder dan de wetenschap, de geschiedenis, het recht en de politiek, is dit boek een soort wekker. De krachten die jouw toekomst vormgeven zijn digitaal en het is noodzakelijk dat je deze begrijpt.